Stadion de Wageningse Berg

Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift Oud Wageningen, november 2012.

De geschiedenis van FC Wageningen uit het stof onder de tribune

mini-P1110524 “Ben je gek, wij waren er altijd!” reageert Wageninger Jan (47) wat fel op mijn vraag of hij wel eens voetbal ging kijken bij FC Wageningen ‘op de Berg’. Twintig jaar na het noodlottig faillissement ligt het onderwerp nog altijd gevoelig bij vele Wageningers. “Wij stond altijd naast of op het podium van het dwijlorkest…Wat we dronken? Bier natuurlijk, uit van die doorzichtige plastic bekers.” Dat laatste, over die bekers, vroeg ik Jan gericht naar, want in augustus 2012 vormde het leegstaande stadion het onderwerp van een kort bouwbiografisch onderzoek naar sporen van de geschiedenis. En bierglazen…die lagen er volop!

Bouwbiografie is een cultuurhistorische onderzoekstechniek die zich richt op sporen van bewoners en gebruikers aan de binnenzijde van gebouwen. Door de tijd heen blijven overal in een gebouw sporen achter van de mensen die er leven en werken in de vorm van verloren en of vergeten spullen, documenten, slijtage op muren en kozijnen, inscripties en zelfs verstopte goederen. In het rijtje van disciplines zit het ongeveer zo: Archeologen kijken buiten in de grond; bouwhistorici naar architectuur; en bouwbiografen zoeken naar sporen in het gebouw zelf en reconstrueren daarmee de geschiedenis van het pand[1].

Sinds 1992 staat het voormalig stadion van FC Wageningen er verlaten bij, maar trekt daardoor altijd mijn aandacht. Het hek dat bezoekers buiten moet houden, vertoont al jaren grote gaten: een indicatie dat het er niemand echt aan gelegen is of het nog functioneert en voor mij een rechtvaardiging om op een zondagmiddag eens naar binnen te wandelen voor een beknopt onderzoek onder de grote staanplaatstribune: wat heeft het stadion na 20 jaar nog te vertellen over de bewogen geschiedenis van het voetbal op de Berg?

Algemeen beeld

mini-P1110518Wie via de oostzijde door het hek achter de tribune kruipt komt in de ruimte onder de betonnen constructie, de kruipruimte als het ware. Via een paadje kan men ofwel onder het de hele tribune doorlopen, of linksom naar de daadwerkelijke staanplaatsen. Dat laatste is blijkt echter niet zo interessant, want de betonnen treden van de gebruiksvloer zijn aangeveegd schoon en de twee hokjes waar men consumpties kon krijgen zijn volledig gestript. Daar is niets te vinden. Toch, een korte blik er op zal later handzaam blijken. Onder de tribune, in het licht dat feeëriek tussen de treden door schemert, is het in hoofdzaak een stoffige bende. Men loopt over zand, vermengd met papier, plastic en aluminium. Als eerste valt een stapel kranten op van de ‘Stad Wageningen’, die hier 25 augustus 2010 gedumpt is door een niet zo trouwe bezorger. Het is duidelijk dat de plek favoriet is onder de Wageningse jeugd, want her er der liggen resten van het ‘fikkie stoken’ en graffiti is aanwezig op bijna alle poeren van de constructie. Hier wordt wat afgeschuimd…maar hoe zit het met de sporen van het voetbalverleden? Die blijken er nog volop te vinden! Hieronder de vondsten verdeeld in aantal thema’s.

De snippers en de kaartjes

Het is goed zoeken in de stoffige bende -stofmasker verplicht- maar voor wie durft te kijken herbergt de kruipruimte sporen uit haar hele bestaansgeschiedenis, dus vanaf 1974. Als eerste valt de grote hoeveelheid snippers op van ongeveer 16 vierkante centimeter, met de hand geknipt. Dit moet een zelfgemaakte confetti zijn. Hiervoor werd duidelijk alles gebruikt uit de eigen papierbak wat maar te versnipperen viel. Grappig genoeg komt men daardoor zowel snippers van het clubblad van FC Wageningen tegen, zowel als fragmenten van bijvoorbeeld de Leeuwarder Courant. Tussen de snippers liggen her en der ook de toegangskaartjes van de wedstrijden. Alle jaargangen van 1975 tot 1990 zijn aangetroffen: een kaartje WVV Wageningen tegen Volendam in het seizoen 75-76 is de oudste. De prijs was 2 gulden. Dan een kaartje voor ‘jeugd tot 14 jaar’ voor FC Wageningen tegen Roda JC in het seizoen 80-81, gedrukt bij ‘Europrint’ in Veendam. De uitslag zou 1-1 worden. Dan een kaartje voor FC Wageningen – Excelsior, staanplaats oost zuid kantine, prijs acht gulden: uitslag 0-0. Dan vanaf 1982, krijgen de kaartjes een ander formaat. Ze zijn nu groter en er is ruimte voor reclame van een sponsor. Vanaf 1983 is dit Ouwehands Dierenpark. Ook verdwijnt de naam van de tegenstander van de kaartjes: ze worden alleen nog doorlopend genummerd en krijgen een wedstrijdnummer. Na 1985 verdwijnt sponsor Ouwehands weer van de kaartjes en staat er alleen nog dat ze op verzoek getoond moeten worden. Het laatste voetbalkaartje is van wedstrijd 19 uit seizoen 89-90. Een staanplaats voor 7 gulden. Als sluitstuk lagen er ook nog twee heel andere kaartjes, namelijk één van het Ajax of PSV-stadion en één van het slotfestival van de introductiedagen van de universiteit Wageningen uit 1994: één jaar voor ikzelf naar de stad zou komen. Soms liggen tussen de snippers stapeltjes pamfletten: een oproep om lid te worden van de vereniging ‘Vrienden FC Wageningen’ om je zo de kans te geven “Invloed uit te oefenen op het betaald voetbal in Wageningen”.

De totale hoeveelheid papier onder de tribune is groot. Vermoedelijk werden de staanplaatsen na elke wedstrijd geveegd, waarbij een groot deel van de snippers tussen de treden naar beneden viel. Aangezien de ruimte onder de tribune droog is, werd deze ruimte een ‘artefact-trap’ die de vondsten heeft behouden.

De snacks

mini-P1110874Wat men at en dronk tijdens een wedstrijd, het hoorde destijds allemaal bij de totaalervaring van voetbal op de Berg. Niemand stond er echt bij stil, want het was vanzelfsprekend. De wikkels van de repen, de chips en de zuurtjes liggen echter nog altijd als stille getuigen onder het stadion. Ze maken nostalgische herinneringen wakker, want vele van de repen worden al lang niet meer verkocht, of niet meer in deze verpakking. Wie kent nog de ‘Raider’? Deze succesvolle reep van de Mars fabrieken s

tamt al uit 1968, kreeg in 1991 een andere naam (Twix), maar onder het stadion liggen nog altijd de klassieke verpakking van vroeger. Verder zijn er de namen van alle begeerlijkheden die voor velen de in de smaakpapillen verborgen herinneringen weer los trekken: Capri-Sun, Stimorol, Benbits, Rang, Chicklets, Fruitella, Top-drop, Wrigglys, Freshlife, Fleer Bubble Gum, Mars, Kit Kat, Snickers, Bounty en

ZwartWit. Het topstuk voor mij persoonlijk zijn echter de oubollige verpakkingen van Croky Chips, gedrukt in 3 kleuren blauw wit rood met de kenmerkende papegaai. Croky Bolognese was het symbool voor de hete zomerdagen bij het zwembad van mijn geboortedorp, maar voor Wageningers hoort deze chips-nostalgie natuurlijk ook bij het voetbal kijken! Onder het stadion liggen nog de lege zakjes van de chips die in mini-P1110867Nederland lange tijd uit de schappen verdween, maar een paar geleden opnieuw werd geïntroduceerd, omdat de nostalgie nog steeds voor verkoop bleek te kunnen zorgen.

Verpakkingen liggen onder de tribune overal, maar op twee plaatsen liggen duidelijk concentraties van wikkels en vele platgedrukte plastic bekers waarin de dranken werden verkocht. Wat blijkt: dit is precies boven de plek waar vroeger de kiosk was.

De munten

Bij de verkooppunten werd natuurlijk niet alleen wat  te snaaien gehaald, maar ook wat gebracht: Geld! Het zand precies onder de verkooppunten is de ideale plek om munten te vinden, die bij het afrekenen van een frikandel of kop koffie uit handen glipten. Het is niet moeilijk om binnen korte tijd met een detector een klein handje munten te verzamelen uit het tijdperk van voor de euro: stuivers, kwartjes en guldens. Dubbeltjes blijven onontdekt en ook rijksdaalders zijn niet aangetroffen: in 2003 lukte me dat nog wel. Misschien hebben anderen ook wel al gezocht…

De vorkjes, de lepels en de lipjes.

mini-P1110848Een aparte collectie vormt een serie objecten die op het eerste oog weinig bijzonder lijkt: een verzameling van 30 snackvorkjes, 24 plastic koffielepeltjes en 35 treklipjes: voorwerpen die eenmalig gebruikt werden en daarna werden weggeworpen. De collectie wordt interessanter als men ze in detail bestudeert. De vorkjes zijn geperst uit thermoplastisch kunststof in alle kleuren van de regenboog en binnen de willekeurig verzamelde selectie zijn 8 typologisch onderscheidbare varianten te ontdekken…voor wie de moeite neemt er even naar te zoeken. De roerstaafjes zijn van wit plastic en aanwezig in 11 verschillende typen en van de treklipjes zijn tien verschillende varianten geteld, waarvan de meesten anno 2013 niet meer voor de Nederlandse markt geproduceerd worden.

Conclusie

De bouwbiografische sporen onder de tribune brengen de geschiedenis van een deel van Stadion de Wageningse Berg in beeld. Niet de geroemde spelers uit de tijd van het betaald voetbal en niet de bestuurlijke feiten, die elders zo uitgebreid beschreven worden. Juist het kleine: de sfeer op de tribune, wat men at en dronk, wat er leefde onder de mensen, de wedstrijd, de strijd om het voortbestaan van de club, de oproepen van  de ‘Vereniging Vrienden’ en vele vele sporen van ‘frietje-mét en beker-bier’. Kortom, een beeld van hoe het was om op de tribune te vertoeven.  De laatste partij speelde FC Wageningen in 1992, maar van elke wedstrijd is de sfeer nog altijd te proeven dankzij de stille getuigen onder de tribune.

September 2012

Vorkjes_presentatie

Bronnen

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Back to Top ↑
  • Missie

    Erfgoed als bron van inspiratie en archeologie als een wetenschap die niet langs de kant van de weg blijft toekijken bij de problemen in de wereld, maar bijdraagt aan verbinding... Meer weten over mijn visie en missie? Lees dan hier verder.

  • Contemporaine Archeologie

  • Bouwbiografie

  • Colloquim op Saxion

  • Testimonial

    "Ik heb Jobbe leren kennen als bij uitstek een creatieve vernieuwer in de archeologie van de Tweede Wereldoorlog. Ook op andere onderwerpen is Jobbe bij RAAP steeds grensverleggend bezig geweest. Ik heb Jobbe verder meegemaakt als een zeer gedreven medewerker, die het vooral belangrijk vindt dat zijn werk in er toe doet."

    Marten Verbruggen, directeur RAAP Archeologisch Adviesbureau.